| Geschiedenis |
GeschiedenisHoewel boeddhistische geschriften Tibet al enkele eeuwen daarvoor hadden bereikt, wordt het jaar 641 gezien als het begin van het Tibetaans boeddhisme. In dat jaar verenigde koning Songsten Gampo Tibet in één rijk. Hij trouwde met twee boeddhistische prinsessen, een uit Nepal en een uit China. Zij staan symbool voor deze periode van rust en eenheid in Tibet en voor de introductie van het boeddhisme. Songsten Gampo bevorderde het boeddhisme. Volgens de overlevering liet hij de eerste boeddhistische tempel bouwen om het beeld van Boeddha Sakyamuni van de Nepalese prinses een plaats te geven: de Jokhang tempel. Rondom de tempel ontstond de stad Ra-Sa die later bekend werd als het huidige Lhasa. De koning liet ook vele boeddhistische teksten in Sanskriet naar het Tibetaans vertalen. Eerste verspreiding (Ngagyur)Met de komst van Shantarakshita en Padmasambhava uit India in de achtste eeuw kreeg het Mahayana boeddhisme in Tibet een krachtige impuls. Vooral Padmasambhava krijgt de eer voor de introductie van Vajrayana in Tibet. Deze Indiase meester kreeg de bijnaam ‘Guru Rimpoche’. Door zijn vertalingen van tantrische teksten en het oprichten van het eerste Boeddhistische klooster, Samye, kan hij worden gezien als een van de grondleggers van het Tibetaans boeddhisme en de oudste school: de Nyingmapa. Hoewel minder bekend, speelde Shantarakshita hier net zo'n belangrijke rol in. Hij vertaalde vooral sutrateksten en was de eerste abt van Samye. In de eeuwen daarna raakte Tibet in verval. Het Boeddhisme werd zelfs enige tijd onderdrukt, geestelijken werden vervolgd en kloosters gesloten. Ook was er sprake van een onderlinge strijd tussen Boeddhisten en aanhangers van de oorspronkelijke religie van Tibet, Bön. Na de moord op koning Langdarma desintegreerde Tibet en viel uiteen in vele kleine koninkrijkjes. Tweede verspreiding (Sarma)Terwijl de situatie in Tibet bijzonder chaotisch was, ontwikkelde de Indiase meester Tilopa een systeem van meditatie en beoefening dat van grote waarde zou worden voor het Tibetaans boeddhisme. Mahamudra (‘het Grote Zegel’) betekent zowel de opeenvolgende series oefeningen en meditaties, als de ontwaakte toestand van verlichting waartoe ze leiden Op uitnodiging van koning Jangchub kwam de Indiase meester Atisha in de elfde eeuw naar Tibet om het Boeddhisme weer nieuw leven in te blazen. Met zijn geschrift ‘Een Lamp voor het Pad naar Verlichting’ bracht hij weer eenheid en rust onder de Tibetaanse boeddhisten. Atisha’s bijdrage aan de ontwikkeling van het Tibetaans boeddhisme gaat echter veel verder dan de rol die hij in de 11de eeuw speelde. Na jaren van studie bij de grote Indiase leraar Serlingpa op het ‘gouden eiland’ Sumatra bracht hij de effectieve Lojong trainingmethodiek voor de geest naar India en Tibet. Zijn grootste prestatie is echter het samenbrengen van de wijsheid en methode aspecten in ‘Een Lamp voor het Pad’ in een beknopte en heldere instructie voor beoefenaars. Zo legde hij de basis voor de latere Lamrim traditie. Lamrim betekent ‘Stadia van het Pad’, een logische stapsgewijze instructie voor boeddhistische beoefening. Het meest praktische onderricht uit het Tibetaans boeddhisme dat tot op de dag van vandaag inzicht geeft in hoe onze geest functioneert. Deze periode van de 11de - 12de eeuw was een zeer vruchtbare tijd voor het Tibetaans boeddhisme. Er was veelvuldig veel contact met leraren en kloosters in Noord-India. Het was de tijd van de grote vertalers (lotsawa’s), zoals Rinchen Sangpo, Marpa Lotsawa, Mal Lotsawa, Bari Lotsawa en Drogmi Lotsawa. Deze laatste was verantwoordelijk voor het vertalen van de Lamdre leringen van de In de 12de en 13de eeuw floreerde de Sakya-traditie in Tibet, een periode waarin het land afwisselend onder invloed stond van Mongoolse en Chinese overheersers. In deze bloeiperiode werd de boeddhistische literatuur verder verrijkt en geconsolideerd in het canon van het Tibetaanse boeddhisme: de Kanjur en Tenjur. Lama Je Tsong KhapaMet de oprichting van het Ganden Klooster legde Lama Je Tsong Khapa in 1409 de grondslag voor de vierde school, de Gelugpa. Hij baseerde zijn beroemde geschrift de Lamrim Chenmo (‘Stadia van het Pad naar Verlichting’) op de brontekst van Atisha. Mede daarom worden de Gelugpa’s ook wel aangeduid als de Nieuwe Kadampa’s. De invloed van Lama Je Tsong Khapa (1357-1419) op het Tibetaans boeddhisme is ongekend groot. Hij heeft onderricht gehad van meesters in alle belangrijke scholen en wordt zo algemeen erkend als een van de grootste leraren waarin een aantal belangrijke overleveringen samenkomen. In zijn vele geschriften en lessen verenigde hij sutra en tantra en stelde hij de Vinaya (morele code en discipline) centraal. Hiermee legde hij de basis voor een eeuwenlange traditie van kloosters en monniken waardoor het Tibetaans boeddhisme zich in de vaak turbulente geschiedenis van het Niet alleen was de eerste Dalai Lama Gedun Drupa een leerling van hem en is de Gelugpa uitgegroeid tot de grootste Tibetaans traditie, maar met name zijn commentaren op de geschriften van Nagarjuna gelden als standaardwerken. 15de eeuw - HedenDe 15de/begin 16de eeuw wordt gekenmerkt door veel onrust en invloeden van Mongoolse overheersers. Maar in het midden van de 16de eeuw verenigde de vijfde Dalai Lama Tibet wederom en werd daarmee naast spiritueel ook wereldlijk leider. Deze lijn zet zich door tot de huidige 14de Dalai Lama. In de 17de en 18de eeuw valt Tibet wisselend onder Mongoolse en Chinese invloeden. in 1784 wordt het land zelfs binnengevallen door Nepalese troepen die met hulp van de Chinezen worden verslagen. De kloosters en monniken blijven redelijk ongemoeid in deze roerige tijden. In 1912 ziet de 13de Dalai Lama, Tubten Gyatso, kans om de Chinese troepen het land uit te zetten en feitelijk begint in 1913 de enige periode in de geschiedenis van Tibet dat het land volledig onafhankelijk is. Deze periode duurt tot 1950, het jaar van de Chinese inval waarna de Chinese bezetting voortduurt tot op de dag van vandaag. In 1959 vlucht de 14de Dalai Lama Tenzin Gyatso naar Noord-India en komen 87.000 Tibetanen om in een opstand tegen de Chinese overheersing.Na zijn vlucht uit Tibet leidde hij de Tibetaanse regering in ballingschap vanuit McLeod Gani bij Dharamsala. In 1990 droeg hij de macht over aan het Tibetaans parlement in ballingschap dat rechtstreeks gekozen wordt. De diaspora van Tibetaanse lama’s over de hele wereld leidt tot een hernieuwde aandacht voor het Tibetaans boeddhisme. In Europa, Noord- en Zuid-Amerika en Australië worden vele studiecentra en kloosters opgericht.
|