Inleiding
De afgelopen jaren staat het Tibetaans boeddhisme erg in de aandacht in het Westen. De schrijnende situatie in Tibet, het grote aanzien van Z.H. de Dalai Lama en de uitstroom van leraren en monniken over de hele wereld hebben hier ongetwijfeld aan bijgedragen. Dat geldt ook voor Jewel Heart. Feitelijk hebben we onze oprichting te danken aan het feit dat onze leraar, Kyabje Gelek Rimpoche, uit Tibet moest vluchten en in het Westen ging lesgeven. Op zich een vreemd ‘toeval’ dat de pogingen van China om het Tibetaanse spirituele en culturele erfgoed te vernietigen juist hebben geleid tot de grootste verspreiding ervan sinds het ontstaan. Als de Chinezen Tibet niet waren binnengevallen was het zeer wel denkbaar geweest dat het Tibetaans boeddhisme veel langer verborgen was gebleven onder de besneeuwde toppen van de Himalaya.
Voor mensen buiten Azië is het Tibetaans boeddhisme vaak hun eerste kennismaking met het boeddhisme. Maar wat is er nu typisch Tibetaans aan? Wat onderscheidt het van andere boeddhistische stromingen, zoals het Japanse Zen-boeddhisme? Om hier een goed beeld van te krijgen, is het nodig onderscheid te maken tussen de hoofdrichtingen die binnen het boeddhisme worden onderscheiden.
Stromingen binnen het Boeddhisme
Theravada, Mahayana
Bij het leven van de Boeddha was nog geen sprake van verschillende stromingen.Alle volgelingen baseerden zich op de mondelinge lessen van de Boeddha. Pas na zijn dood zijn deze toespraken opgeschreven in de zogenaamde Pali canon. Naast de lessen (sutta’s) en onderricht over de discipline van monniken- en nonnenorders (vinaya) bestond het derde deel van de canon uit onderricht over de aard van de werkelijkheid (abhidharma). De Pali-canon vormt de grondslag voor de Theravada traditie die tot op de dag van vandaag vooral voorkomt in Sri Lanka, Thailand en Birma.
Rond de 1ste eeuw na christus kwam de Mahayana traditie op in India. Deze vinden we tegenwoordig vooral in China, Japan, Korea en Vietnam in de vorm van diverse scholen zoals het Zen-boeddhisme in Japan en Zuiver Land (China). Om een onderscheid te maken met het Theravada, werd deze stroming vanaf die tijd ook wel aangeduid als Hinayana.
Het verschil tussen deze twee richtingen zit hem vooral in de motivatie, de redenen waarom iemand het boeddhistisch pad bewandelt. In het Hinayana is het uiteindelijke doel zelf de bevrijding te bereiken, d.w.z. de cirkel van dood en wedergeboorte doorbreken door verlicht te worden. In het Mahayana wordt ook naar de verlichting gestreefd, maar het verschil zit hem erin dat de eigen verlichting geen doel op zich is, maar vooral een middel, een voorwaarde om alle levende wezens naar de bevrijding te kunnen voeren.
Vajrayana
In de 6de/7de eeuw na christus begon het Vajrayana zich te ontwikkelen in Noord-India. Binnen deze stroming spelen naast meditatie ook rituelen en initiaties een belangrijke rol. Het Vajrayana is feitelijk een richting binnen het Mahayana dat daarmee kan worden onderverdeeld in Soetrayana en Vajrayana. Beiden gaan uit van dezelfde motivatie: alle levende wezens te bevrijden en naar de verlichting te voeren. Bij Vajrayana worden echter gevorderde technieken gebruikt om dit proces van transformatie te versnellen. Hiervoor zijn initiaties vereist en in de vele rituelen speelt de leraar een belangrijke rol. Vajrayana wordt ook wel Mantrayana of Tantrayana genoemd. Het vervelende van deze laatste term is echter dat tantra vaak wordt geassocieerd met bepaalde vormen van yoga die zich bezig houden met seksuele energie en daar heeft boeddhistische tantra niets mee van doen.
Tibetaans boeddhisme
Net zoals de term Boeddhisme is bedacht, klopt ook de aanduiding Tibetaans boeddhisme feitelijk niet. Het Tibetaans boeddhisme zoals wij dat kennen, is niets meer of minder dan een vorm van Mahayana boeddhisme die zich in Tibet heeft doorontwikkeld op basis van de invloeden en geschriften van grote meesters uit India.
Het Tibetaans boeddhisme verdeelt de leer van de Boeddha in twee categorieën; methode en wijsheid. Methode betekent hierbij mededogen en wijsheid is het bewustzijn dat de leegte kan bevatten. Met de term 'leegte' wordt bedoeld dat niets op zichzelf staat: alles is ‘leeg’ van inherent bestaan. De overlevering van het aspect methode liep vanaf Boeddha Shakyamuni via Maitreya en grote Indiase geleerden, zoals Asanga naar Atisha. Het aspect wijsheid liep vanaf Boeddha Shakyamuni via Manjushri en via Indiase meesters zoals Nagarjuna en Serlingpa naar Atisha. In de 11de eeuw na christus verspreide Atisha deze overleveringen naar Tibet.
Een ander uniek aspect van het Tibetaans boeddhisme is dat het vrijwel de enige stroming is waarin het Vajrayana uit India grotendeels bewaard is gebleven en nog steeds wordt beoefend. En daarbij is er dan geen tegenstelling tussen de verschillende voertuigen (‘yana’s’). Deze staan min of meer op elkaars schouders: de eigen verlichting (Hinayana) geeft ruimte voor de wens om anderen te bevrijden (Mahayana). En op het moment dat dit je einddoel is, dan wil je dat ook zo snel mogelijk bereiken (Vajrayana).
Niha - yana betekent ‘het kleine voertuig’ Maha - yana betekent ‘het grote voertuig’ Vajra - yana betekent ‘het diamanten voertuig’
Door de belangrijke rol van het Vajrayana kent het Tibetaans boeddhisme een rijke cultuur met vele rituelen, een doordachte symboliek en uitgebreide beeldtaal. Bovendien heeft de lange, vrijwel ononderbroken geschiedenis sinds de introductie in Tibet in de 9de eeuw tot een enorme verdieping geleid. Hieruit zijn niet alleen een aantal verschillende scholen voortgekomen, maar ook talrijke geschriften van grote leermeesters met essentiële aanvullingen op en duidingen van de leer van de Boeddha.
Levende Traditie
Een andere belangrijk onderscheid van het Tibetaans boeddhisme is dat de Tibetanen de leer van de Boeddha al 50 jaar in praktijk brengen voor het oog van de wereld. En dit ondanks de zeer moeilijke omstandigheden waaronder zij gedwongen worden te leven na de inval in Tibet. De Dalai Lama is daarbij een icoon van het boeddhistische gedachtegoed. Als wereldlijk en geestelijk leider zoekt hij keer op keer de dialoog en vervalt nooit in vijandigheid. Dat wekt verbazing, dwingt tot nadenken en maakt nieuwsgierig naar de ‘krachtbron’ die dit mogelijk maakt. Niet voor niets wordt hij door velen gezien als een tweede Boeddha.
Het Tibetaans boeddhisme als stroming treffen we aan in Tibet, Bhutan, Noord-Nepal, Noord-India en Mongolië. Met de vele studiecentra en scholen in het Westen, mogen wellicht West-Europa, Noord- & Midden-Amerika en Australië inmiddels ook tot het verspreidingsgebied worden gerekend.
|