Spinsel 1: Groesbeek

Een bezoek aan een begraafplaats is een kleine ontmoeting met de vergankelijkheid. Dit 'Spinsel' is het eerste in een serie van acht. De verteller, mijnheer Spinner, maakt een rondgang langs acht begraafplaatsen, net zoals de Tibetaanse mandala’s vaak worden omringd door ‘de acht begraafplaatsen’. Hij deelt met ons zijn ervaringen, spint een web van beelden en betekenissen en roept graag vragen op die niet zomaar een eenduidig antwoord hebben. Iedereen is dan ook van harte uitgenodigd om een gedachte, associatie of ondervinding als reactie te plaatsen. Deze keer: de militaire begraafplaats Groesbeek.

 

Militaire begraafplaats GroesbeekEen tijdje geleden was ik op de Canadese oorlogsbegraafplaats bij Groesbeek voor een herdenkingsbijeenkomst. Er zouden bij zonsondergang kaarsjes bij de graven worden gezet door Groesbeekse schoolkinderen.

Het was fijn om er in de zachte avondschemering naartoe te fietsen. De begraafplaats ligt prachtig op één van de zeven heuvelen. Ik kwam, enigszins verhit van de drie heuvelen die ik onderweg had moeten bedwingen, bij de begraafplaats. Ik was een beetje laat. Het zonlicht trok zich al terug achter laaghangende nevel in het verschiet. De meeste kaarsjes brandden al. Voor een bescheiden publiek spraken verschillende waardigheidsbekleders over herdenken en herinneren. Over de gebroken levens van de jonge mannen die hier liggen. Slachtoffers van de oorlog.

Ik stond een beetje achteraf en liet mijn blik over de glooiende velden glijden en langs de rijen graven met flakkerende kaarslichtjes. Jongensgraven. Het woordje ‘slachtoffer’ resoneerde in mij. Midden in dit plechtig eerbetoon begon het te malen in mijn hoofd: wie is slachtoffer van wat?

Ik moest denken aan wijlen mijn schoonvader. Het was een beetje droevige, stille man, die onverwacht hard kon lachen om ‘foute’ grappen. Hij had in het Nederlandse leger gediend bij de zogenoemde tweede politionele actie in ‘ons Indië’. Ik herinnerde me zijn doodse blik als Indonesië ter sprake kwam. Een blik waarin de gruwelen vervangen zaten die hij, toen ook nog maar een jongen, mee had moeten maken in de Oost. Gedwongen om te doden in een gevecht dat niet het zijne was. Later had hij een nertsenfokkerij. Daar werd hij niet veel vrolijker van.

Wie is eigenlijk het grootste slachtoffer, dacht ik, de moordenaar of het lijk? Is de vijand ook geen slachtoffer? Welk slachtoffer herdenken we eigenlijk? Ik kwam er niet zo snel mee klaar, daar op die mooie heuvel tussen de keurige rijen witte grafstenen. Ik schaamde me ook een beetje voor mijn oneerbiedige gedachten. Het was immers een fijne bijeenkomst, met vier generaties Groesbekenaren die eerbied toonden voor de inspanningen uit het verleden voor ons huidig welbevinden.

Tevreden dat ik erbij was geweest, fietste ik terug. Drie hellingen naar beneden roetsjen en drie hellingen omhoog stampen voor ik weer thuis was. Onderweg bleef de vraag rondzingen: wie is het slachtoffer, degene wiens leven werd beëindigd, of degene die voort moest leven met die herinnering? Daders verdienen compassie. Ook de beul heeft een gezin. Ik besloot vaker begraafplaatsen te bezoeken. In het stille paleis van de dood, op de knekelvelden waar ’s nachts de dakini's dansen, daar vervagen de vanzelfsprekende grenzen tussen goed en slecht.

Thuisgekomen schonk ik mijzelf een glas appelsap in. Ik dronk met gulzige slokken. Toen ik tevreden mijn ogen sloot, zag ik witte grafstenen dansen in rechte rijen.

Mijnheer Spinner

 


Zie ook:
Spinsel 2: Rustoord
Spinsel 3: De Oude Begraafplaats
Spinsel 4: De mooiste begraafplaats
Spinsel 5: Een vergissing

Als je wilt reageren, vergeet dan niet je naam te vermelden,
behalve als je graag anoniem wilt blijven.

Posted in .

3 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.