Dagyab Rinpoche over dood, sterven en verdriet, lesweekend 4-6 december 2020

Dagyab Rinpoche heeft voor zijn sangha, Tibethaus Duitsland, van 4-6 december 2020 lesgegeven over de dood, sterven en verdriet. Ook wij mochten meegenieten van deze bijzondere leraar en vriend van Gelek Rimpoche. De dood is voor elke beoefenaar van spiritualiteit een kernthema en vooral daarom is dit verslag gemaakt.

Ontelbare vragen kunnen opkomen rondom de dood, zoals ‘hoe werkt reïncarnatie nu precies’, of ‘welk ritueel is geschikt om uit te voeren’. Dagyab Rinpoche benadrukt dit weekend echter wat voor ons, volgers van het Tibetaans boeddhisme,  belangrijk is. Ik poog de rode draad van het weekend hieronder weer te geven.

Het weekend heeft drie thema’s:

  • onbestendigheid
  • sterven
  • wat is geest?

Voor ons volgend leven is het erg belangrijk om met een vredige geest te sterven. We willen een fijn leven en dat gunnen we anderen ook. Maar om iedereen optimaal te helpen dienen we onszelf te bevrijden van lijden. Als je uitgaat van reïncarnatie, dan zijn we al vele malen gestorven. We blijven maar ronddraaien in de kringloop van ziekte, ouderdom, dood en wedergeboorte. De beperkte tijd die we hebben voordat we sterven, zou een aanmoediging moeten zijn om de dharma te beoefenen.

We dienen ons daarom meer bewust te worden van vergankelijkheid. We gaan de geest trainen, verfijnen. We nemen daarbij onze zienswijze onder de loep en ontdekken dat onze concepten niet zo vast zijn als ze lijken. Zo kunnen we veel meer vooruitgang boeken dan met onze huidige grove, emotionele geestestoestanden.

Het nadenken, studeren en mediteren over de dood is enorm belangrijk om hiermee om te kunnen gaan. De Tibetaanse cultuur kent vele rituelen en tradities, die behulpzaam kunnen zijn om verdriet te verwerken. Maar door onze negatieve emoties en verwarring blijven we vasthouden. Alleen bidden heeft niet zo veel nut, de Boeddha was een wetenschapper!

Het stervensproces zelf biedt ook heel veel inzicht en wordt aanbevolen om te bestuderen en te bemediteren. De laatste fase van dit oplossingsproces noemen we het heldere licht. In deze zuivere, subtiele toestand is geen dualisme meer. Alleen als we met deze geest werken kan boeddhaschap in beeld komen. Weliswaar ervaren we het heldere licht nog niet, maar we hebben er wel verbinding mee, onze boeddhanatuur. Met de zuivere boeddhanatuur als houvast worden sterven en de dood veel makkelijker.

I         Onbestendigheid/vergankelijkheid

Iedereen weet dat we allemaal zullen sterven. Toch leven we alsof we onsterfelijk zijn. ‘Ik krijg geen corona. Ik verongeluk niet. Mijn beurt is het nog lang niet. Ja, ooit, heel ver weg, maar in elk geval niet vandaag of morgen’. Dit geldt voor iedereen. Het is ongelofelijk belangrijk om te beseffen dat het wel over enkele ogenblikken voorbij kan zijn.

Rinpoche zei dat hij zelf maximaal 10% van zijn tijd aan de dharma heeft besteed en de rest aan wereldlijke zaken. Hij haalt aan dat toen hij vanuit Dharamsala naar Delhi vertrok om daar het Tibethouse te leiden hij erg genoot van de luxe en zijn hogere salaris. Als kind vond hij het ‘toll’ als er neerbuigingen voor hem werden gedaan. Een gevaar voor jonge tulku’s. Het vasthouden aan wereldlijke zaken versterkt het ego, waardoor je vaster in de kringloop van sterven en wedergeboorte (samsara) komt te zitten. We kunnen of willen geen afstand doen van samsara.

Denk dus aan de dood, vooral aan het feit dat we niet weten wanneer die komt. Bij ziekte hoor je vaak zeggen: ‘waarom overkomt mij dit, waarom ik?’ Maar wellicht beter is, zoals de oude Kadampa’s zeiden: ‘waarom ik niet?’ Ons lijden komt aan de oppervlakte door oorzaken en omstandigheden, ofwel karma. Karma is geen dogma, maar een wetmatigheid. Als we naar de coronapandemie kijken, is dat een duidelijk voorbeeld van collectief karma.

 

Als je beseft dat je tijd gelimiteerd is,

dan is dat een reden om dharma te praktiseren

 

Grove onbestendigheid is wel duidelijk. We weten dat we dood gaan en dan dus niet meer verder kunnen leven. Maar we dienen ons ook te vergewissen van subtiele onbestendigheid, van dag tot dag, uur tot uur en seconde tot seconde. Als je beseft dat je tijd gelimiteerd is (hoeveel weet niemand), dan is dat een reden om dharma te praktiseren en daarin je doel te bereiken. Als je heel veel tijd hebt, heb je ook meer tijd om je te verlaten op negatieve gevoelens. Een ‘deadline’ (Termingericht) helpt.

II         Sterven

Simpelweg gezegd is sterven de scheiding van lichaam en geest. Enorm belangrijk is waarmee je je identificeert. Dit is vaak het grovere, het lichaam: ‘Ik ben dikker geworden. Ik ben grijzer geworden. Ik ben klein of ik ben groot.’ Als iemand gestorven is identificeren we hem of haar echter meestal met de geest: ‘hij of zij is er niet meer’.  Een gezegde in Tibet is dat we ons lichaam geleend hebben. De geest gaat door, helemaal tot aan boeddhaschap.

Er is momenteel geen boeddha in de wereld en er zijn ook geen echte bodhisattva’s. Als er al een bodhisattva is, dan zal die zich nooit zo noemen. Het is niet gek dat we in een wereld vol problemen leven. Immers, er zijn niet veel mensen die dharma bescheiden en serieus beoefenen. Zo kunnen we ons niet bevrijden van de kringloop van lijden.

III        Geest

Als we de geest bestuderen onderscheiden we vaak de grove geest, de middelgrove geest en de subtiele geest. We hebben honderden grove en middelgrove geesten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de lessen over de 51 mentale factoren. Subtielere geesten hebben we minder, meestal spreken we van de subtielste geest en hebben we het dus over één subtiele geest.

Als je studeert is het belangrijk om je goed te concentreren. Je komt dan geleidelijk in een fijnere geest, de grovere worden uitgeschakeld. Dit gebeurt ook bij meditatie. De subtiele geest is feitelijk ons ‘hoofdbewustzijn’. De anderen zijn nevenbewustzijn, die hun bevindingen meedelen aan de centrale, het hoofdbewustzijn. Zo is het neus-/reukbewustzijn een nevenbewustzijn.

Rinpoche denkt hierbij aan een cadeau dat hij kreeg uit de regio Dagyab, waar hij als kind woonde en waarvan de reuk bij hem een gevoel van heimwee opriep. Deze verbinding van de geur met zijn gedachten zorgt voor gehechtheid /verlangen. Grovere gewaarwordingen kunnen natuurlijk ook andere emoties, zoals haatgevoelens teweegbrengen.

 

Innerlijke bevrijding is alleen

met subtiel bewustzijn mogelijk

 

We dienen te beseffen dat we leven in een wereld vol haat, verlangen en onwetendheid: de drie vergiften. Als we serieus dharma beoefenen moeten we keuzes maken om van bepaalde zaken afstand te doen.

Rigpa

Rinpoche was gevraagd om hierbij de term rigpa te verduidelijken. Rigpa wordt vaak vertaald met bewustzijn, maar dit is veel te grof. Rigpa gaat om subtiel bewustzijn. Benadrukt wordt dat sommige termen beter niet vertaald kunnen worden, omdat niet de hele betekenis kan worden vervat in een woord en waardoor de vertaling op zijn best oppervlakkig is.

Rigpa, of de subtiele geest, laat zich moeilijk beschrijven, je moet het ervaren. En dan ervaar je een moment van herkenning, een thuiskomen. De subtiele geest ervaren vergt jarenlange meditatietraining. Door de verfijning kun je dieper geraken. Alleen door te mediteren met/in dit subtiele bewustzijn kan boeddhaschap mogelijk worden.

 

Met de zuivere boeddhanatuur als houvast

worden sterven en de dood veel makkelijker 

 

Ondanks dat we rigpa nog niet ervaren, hebben we er wel verbinding mee, onze boeddhanatuur. Daar houden we ons aan vast als het zeil dat ons over de woelige baren van samsara naar bevrijding voert. Met de zuivere boeddhanatuur als houvast worden sterven en de dood veel makkelijker.

De grove geest

Conceptuele gedachten kunnen verdekt zijn, maar die hebben ook invloed. Onze gedachten volgen elkaar snel op, van haat naar liefde vice versa. Het is belangrijk om dit te doorzien, vooral omdat we handelen naar aanleiding van onze gedachten en gevoelens.

We moeten daarom onze geest verfijnen, subtieler maken. Waarom doen we dit niet?

  • omdat we ons eenvoudigweg niet bewust zijn dat onze gedachten en gevoelens lijden kunnen veroorzaken;
  • omdat als we er wel weet van hebben, we het nog niet erkennen;
  • omdat we de gedachten en gevoelens niet opmerken als ze zich voordoen, of;
  • omdat er zoveel gedachten en emoties zijn, dat we overweldigd zijn, ofwel steeds afgeleid worden. Dan is er bijvoorbeeld te veel verdriet, of te veel plezier.

We dienen dus nieuwsgierig te zijn naar onze eigen geest en te leren onze negatieve gedachten op te merken. Bijvoorbeeld de accepterende gedachte onder de loep nemen als je ergens over denkt: ‘dat is nou eenmaal zo’. Hierdoor kunnen we vooruitgang boeken.

We gaan dus de slag met onze grove geest. We moeten onze concentratie en diepgang steeds verder ontwikkelen. We willen wel alle wezens redden, maar dit is momenteel nog niet realistisch. Wel kunnen we oefenen met onze familie, vrienden en buren, bijvoorbeeld met lojong.

Analyseren

In de dharmateksten staat vaak dat we onze emoties moeten controleren, maar we moeten ze eerst analyseren.

 

De geest is van nature helder,

verduistering is vergankelijk

 

Bij meditatie proberen we onze gedachten op één spoor te richten.  Zo kun je concepten leren kennen en overwinnen. Daarbij is ook studie nodig over de geest.

Dus wat is de geest/wat zijn de kwaliteiten?

De geest is van nature helder, verduistering is vergankelijk. Onze geest neemt waar en erkent. Het waarnemen is grover (lijkt al gauw nevenbewustzijn), het erkennen wat fijner.

Zoals gezegd gaat ons hoofdbewustzijn door, nevenbewustzijn niet. Dit is niet alleen bij het sterven, want als je bijvoorbeeld blind wordt is er geen oogbewustzijn meer. Hiervoor heb je een object nodig (iets om te zien), een oog en bewustzijn. Vanuit een voorafgaand bewustzijnscontinuüm ontwikkel je nevenbewustzijn, zoals oogbewustzijn.

Rinpoche geeft het voorbeeld dat als je je ogen sluit en iemand vertelt je dat hij een bloem in zijn hand heeft, dat je dan een beeld vormt, bijvoorbeeld van een rode roos. Maar die rode roos bestaat dan overduidelijk alleen in je geest. Je ziet hem in je geest, niet in de hand. Met dit voorbeeld kun je de werking van object (dat wat we waarnemen) versus subject (onze geest) analyseren.

We moeten onze zienswijze onder de loep nemen. Concepten zijn niet zo stabiel als ze lijken. Als we onze geest subtieler maken, kunnen we wat los komen van onze concepten. We merken een soort van communicatie op tussen subject en object. Hierdoor leren we onszelf kennen en dat is van het allergrootste belang. Ons leven is het praktiseren van de dharma en de dharma praktiseren is ons leven.

 

Jezelf leren kennen is van

het allergrootste belang

 

Lichaam en geest

Het lichaam is grof en we mediteren nu nog met een grove geest. We hebben ook een subtiel lichaam, dat in relatie staat tot onze subtiele geest. Dit is voor onze praktijk veel interessanter. Ons subtiele lichaam bestaat uit winden, druppels en kanalen, waarop ons grovere lichaam steunt. Door training kun je de subtiele winden opmerken en er mee werken. Hiermee vertrouwd raken zorgt ervoor dat je bij het mediteren sneller in de subtiele ervaring komt. Innerlijke bevrijding is alleen met subtiel bewustzijn mogelijk. En dan komt boeddhaschap in beeld.

De lichamelijke aspecten of energieën werken door, zelfs ons zesde (mentaal) bewustzijn is er sterk mee verbonden. Grof en subtiel zijn verbonden. Zonder continuüm is geen verlichting mogelijk.

Reïncarnatie

Dat we vorige en volgende levens hebben is voor ons een feit. Het beste bewijs wat we daar momenteel voor hebben is, volgens de Dalai Lama, de getuigenissen van kinderen wiens eerdere levens zijn opgetekend. Hiervan zijn genoeg bekende voorbeelden, met name uit India.

Rinpoche benadrukt dat we niets geloven, in de zin van zomaar aannemen. We leren samsara kennen als we naar karma kijken. Karma houdt niet op bij het sterven, maar werkt door in je volgend leven. We spreken ook van doorgaand karma of volbracht karma.  Een voorbeeld is dat van een bedelaar. Zijn doorgaand karma is dat hij weer een mens is, zijn volbracht karma is dat hij nu een bedelaar is.

Als we kijken naar de subtielere aspecten en elementen, of energieën in ons lichaam, kunnen we ook zien dat deze veranderen. We zeggen dat als de elementen niet in balans zijn, we ziek zijn. Bij het sterven maken de elementen zich los. Dit zien we vaak al beginnen voor het sterven, vooral met betrekking tot onze levenskracht.

Het stervensproces

Als we sterven lossen de elementen op, van grof naar subtiel. We onderscheiden vier grovere lichaamsbestanddelen of elementen en vier geestbestanddelen. Achtereenvolgens lossen de elementen aarde, water, vuur en lucht op en daarna de vier van de geest.

 

Het heldere licht is een

openbaring van zuiver bewustzijn,

onze natuurlijke staat

 

Nadat onze (externe) ademhaling is gestopt maken de meer subtiele concepten zich los. Deze houden verband met de drie vergiften. We ervaren een witte verschijning, daarna ervaren we een rode verschijning, of toename. Dan ervaren we het zogenaamde zwarte ‘bijna-bereiken’. De laatste van de acht stappen noemen we het heldere licht. Dit gaat verder en is basis voor ons volgend leven. Het heldere licht is een openbaring van zuiver bewustzijn, onze natuurlijke staat en waar we thuis zijn.

Rinpoche geeft de tip om het boek ‘Death, intermediate state en rebirth’van Lati Rinpoche en Jeffrey Hopkins te lezen. De acht stappen worden al in de Lamrim aanbevolen om te bestuderen, het is dus niet alleen iets voor beoefenaren van de hoogste yoga-tantra.

Helder licht

Hoe meer concepten we hebben, hoe meer afleiding. Als we onze geest steeds verder verfijnen, kunnen  we met ons subtiele bewustzijn werken. Hierdoor neemt de ook kracht van je negatieve emoties automatisch af: ‘als je water kookt, verdwijnt het koude water’.

Uiteraard is vredig sterven noodzakelijk als je dan op het doodsproces wil mediteren. Als je door een ongeval sterft, zullen de acht stappen van het stervensproces zich niet allemaal, of in een flits voordoen. Als we sterven en we niet in staat zijn om het heldere licht te herkennen en daarin te verwijlen, dan zijn we aan het lot overgeleverd.

In het heldere licht kun je heel goed concentreren en wat bewerkstelligen. Dit is niet alleen om te mediteren; praktiseren houdt in dat je verinnerlijkt wat je leert. Als we het heldere licht ervaren hebben we geen concepten, maar een directe waarneming. Onze geest is als een wit vel papier. We nemen dan zonder dualisme waar en dus zonder onderscheid tussen subject en object. We erkennen dan de absolute toestand. Nu zien we hooguit relatieve waarheid. We dienen deze verhouding losser te maken.

 

Praktiseren houdt in dat je verinnerlijkt wat je leert

 

Verdriet

Rinpoche heeft enige aarzeling om het onderwerp verdriet te koppelen aan dood en sterven. Dit omdat verdriet algemener is. Verdriet is gebaseerd op gehechtheid. We moeten echt oefenen in loslaten. Vasthouden is totaal onrealistisch. Gehechtheid is een negatieve emotie, waardoor we in samsara blijven en dus blijven lijden.

We moeten dus meer nadenken over onbestendigheid. Als we bij het sterven niets overlaten waar we spijt van hebben, kunnen we moeiteloos loslaten.

De tradities in Tibet zijn voor 10% boeddhistisch en voor 90% cultureel. Er is veel ritueel en gewoonte, zoals het elke zeven dagen bidden voor een overledene. Een bekende boeddhistische traditie is het bidden tot Boeddha Amitabha. Er is dus zeker plek binnen de Tibetaanse tradities om verdriet te verwerken.

Maar bidden alleen heeft niet zo veel nut. Rinpoche haalt met nadruk de woorden van de Dalai Lama aan: “Boeddha Shakyamuni was een wetenschapper”.

 

Boeddha Shakyamuni was een wetenschapper

 

Tot slot

Als we mediteren op de acht stappen van het stervensproces moeten we echt loslaten. Het oplossen van de elementen is een lastig onderwerp, dat ook nog vertaald is. Daarom is verdere studie nodig.

Het is bovendien belangrijk om de rust te bewaren als we sterven. Dan kan de stervende zich, als hij goed kan  mediteren, ook verbinden. Als de kenmerken van de acht stappen zich voordoen en de stervende herkent deze, kan hij of zij bij het proces aanhaken.  Bij elke stap worden concentratie en de sterke wil voor een goed volgend leven belangrijker.

Uiteraard hebben we naast inzicht ook compassie nodig. En om compassie te hebben is het natuurlijk  nodig om een ‘goed mens’ te zijn. Een ‘goed mens’ zijn staat altijd voorop. Dit is algemeen bekend. En om een ‘goed mens’ te zijn is het natuurlijk belangrijk om op het welzijn van anderen te letten. Dus als we mediteren op het doodsproces en het heldere licht, doen we dit om de verlichting te bereiken voor het welzijn van alle levende wezens.

Door Jeroen Hijzelaar

Als je wilt reageren, vergeet dan niet je naam te vermelden,
behalve als je graag anoniem wilt blijven.

Posted in .

2 Comments

  1. Ik sprak gisteren een terminale alcoholist. “Ik ben niet bang om te sterven’ zei hij, nadat hij verteld had een prognose van nog drie maanden te hebben. Ik vond het bijzonder dat hij zich zo gemakkelijk neerlegde bij zijn einde. Later kreeg ik er toch een dubbel gevoel bij: Het voelde ook als een manier om zijn leefstijl niet aan te hoeven passen. Sterven uit luiheid/gemakzucht?

    Vincent

  2. N.a.v. een vraag merk ik graag op dat dit stuk puur een samenvatting is van wat Rinpoche vertelde, zonder toevoegingen van mij, of een andere bron. Alleen wat er geschrapt is, is dus gekozen, zonder afbreuk te (willen) doen aan de rode draad.
    @ Vincent: Of wanhoop?

    Jeroen

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.